Pasen 2020: Johannes 20: 1-9
12 april 2020, Antoon Boks OP
Dominicanen Huissen

Duisternis is er in het begin van het evangelieverhaal van vandaag.
De duisternis van het lege graf; de duisternis van het niet weten; de duisternis van het verlies; de duisternis van wat de leerlingen hadden gezien: Jezus' gevangenneming, lijden en dood, totdat de andere leerling het graf in ging, zag en geloofde.

Petrus en de andere leerling zagen dezelfde dingen: het lege graf en de grafdoeken netjes gevouwen, maar die andere zag met een licht dat niet fysiek aanwezig was in het graf.
Hij zag met hetzelfde licht dat Jezus de blinde man (van Johannes 9: 1-41) gaf die, nadat hij weer kon zien, aan de religieuze autoriteiten moest uitleggen wat er met hem gebeurd was.
Maar… Hij zag later op een veel dieper niveau wie Jezus was, want toen Jezus hem weer tegenkwam, vroeg Hij de man of hij in de Zoon des Mensen geloofde.
De man zei: "Vertel me wie Hij is, zodat ik in Hem zou kunnen geloven.”
Jezus antwoordde: "Je ziet Hem. Hij spreekt nu met je.”
De man beleed toen zijn nieuwe geloof in Jezus, "Ik geloof, Heer."
Hij zag toen met de ogen van het geloof. 

Als Jezus' lichaam in het graf was geweest toen Maria daar aankwam, dan zou ons christelijke geloof slechts de herinnering zijn aan een wijze, wonderbaarlijke en meelevende stichter.
We zouden Zijn voorbeeld hebben om naar te leven.
En…. "Wat zou Jezus doen?" zou ons leidende beginsel zijn voor ons dagelijkse gedrag.
We zouden nadenken over Zijn leven en proberen af te leiden wat Hij vandaag zou kunnen doen.
Maar… het lichaam was er niet, het was weg.

Waarom vonden ze een leeg graf?
Maria zelf komt met een verklaring; "Zij hebben de Heer uit het graf gehaald."
Wie kunnen die 'zij' zijn?
Misschien wel de Romeinse bezettingsmacht, die wilde voorkomen dat Jezus' volgelingen een heiligdom zouden maken voor Hem.
Ze zouden hebben willen verhinderen, dat de menigte, die Jezus hadden zien preken en Hem wonderen hadden zien verrichten, het graf zouden gaan vereren en later zouden proberen om hun land te bevrijden.
Of misschien waren 'zij' de religieuze leiders die zich zo uitgedaagd voelden door Jezus, dat ze er alles aan wilden doen om Hem het zwijgen op te leggen. 

Er zijn mensen geweest, die hebben geprobeerd om de afwezigheid van het lichaam en de verschijningen van de herrezen Heer op deze manier uit te leggen.
Misschien waren Jezus' volgelingen zo overmand door hun verlies en verdriet dat de verrezen Christus een verzinsel van hun verbeelding was.
Ze dachten dat ze Hem zagen opstaan omdat ze dat wilden en in hun hysterie renden ze naar buiten om 'het woord te verspreiden'.
Dan zouden wij, gelovigen, die vandaag Pasen vieren, het resultaat zijn van hun met verdriet gevulde, fictieve hysterie. Is dat niet een heel enge gedachte op deze Paaszondag?
Hoe gaan we de opstanding bewijzen?
Ik zeg het maar meteen: Dat kunnen we niet.

Vandaag kunnen we ons identificeren met degenen die het lege graf hebben gezien.
We kennen zeker mensen die, net als Petrus niet weten wat ze over dit alles moeten denken in hun dagelijkse leven.
Duisternis doordringt hun leven, net als in het evangelie van vandaag.
Maar er is een lichtstraal aan het einde van het verhaal toen "de andere leerling van wie Jezus hield," in het graf keek en hoewel hij niets meer zag dan de anderen, geloofde.

Zien, in het evangelie volgens Johannes, is met de ogen van het geloof zien.
De geliefde leerling 'zag en geloofde'.
Dat is vandaag ook de uitnodiging aan ons: zien wat de geliefde leerling zag en geloven in de Verrezen Christus.
We kunnen niet bewijzen dat Hij leeft door te redeneren of te verwijzen naar historische bewijzen.
Het graf is leeg en veel mensen hebben hun eigen uitleg voor wat er gebeurd is.
We geloven zelfs zonder te zien in Zijn nieuwe leven. 

Wij geloven dat de Verrezen Christus voor ons een overwinning op de dood heeft behaald.
Hij heeft ons niet alleen een herinnering en richtlijnen gegeven voor het leven, maar Zijn nieuwe leven: Zijn Geest in ons gegoten.
We zijn opgevoed met Christus, zodat we nu in staat zijn om het leven te leiden dat Christus leefde, omdat Hij ons een nieuw leven heeft gegeven.
Er zijn veel goede mensen in onze wereld.
We zien het in deze tijd van het corona-virus.
Hun leven, liefde en zorg voor anderen weerspiegelt dat.
Ze zijn voorbeelden van medeleven voor mensen in nood.
Ze leven een heel goed leven, misschien zonder geloof in de Verrezen Christus en Zijn openbaring van Gods liefde voor de wereld. 

Hun goedheid daagt ons uit om te vragen: stel dat het graf niet leeg was toen Maria en de leerlingen daar aankwamen; of stel dat de eerste verklaring van de leerlingen juist was, dat inderdaad "zij" het lichaam van Jezus hadden gestolen?
Zouden we niet nog steeds goede en fatsoenlijke mensen zijn die onze gaven en talenten op een verantwoorde manier gebruiken om anderen in nood te helpen, zonder geloof in de Verrezen Heer? Misschien wel.

Maar Hij zou niet degene zijn, die door Zijn leven heeft laten zien hoe Hij een volledig menselijk leven kan leiden door te leven en te sterven omwille van anderen.
We zouden niet weten hoe te leven door Zijn voorbeeld van liefde en mededogen.
We zouden de Verrezen Christus niet hebben als degene die Petrus vandaag in Handelingen beschrijft, die gelovigen 'vergeving van zonden door Zijn naam geeft'.
Geloof geeft ons een visioen dat onze sterfelijke ogen ons niet kunnen geven.
Terwijl anderen slechts een leeg graf zien en hun vermoedens hebben, geloven we dat Christus bij ons blijft en ons Zijn nieuw leven geeft.
Het is de Verrezen Christus die Gods voortdurende liefde en vergeving aan ons blijft openbaren opdat wij liefde en vergeving aan anderen laten zien. 

Hoe zijn we gekomen tot geloof in de Verrezen Heer.
Zijn verschijningen nodig?
Blijkbaar niet, want de geliefde leerling komt tot geloof met een leeg graf.
Wij hebben geen persoonlijke ontmoetingen met Christus gehad zoals Maria Magdalena en de andere leerlingen gehad hebben.
Ons geloof in de Verrezen Christus komt door ons doopsel.
Wij zijn als de leerling die in het lege graf keek en geloofde.
Ook wij kunnen zien omdat we, net als de blinde man, gewassen zijn in ons doopwater. 

We sluiten ons vandaag aan bij de leerlingen terwijl ze in het lege graf kijken.
Wij zien samen met de geliefde leerling meer.
We zien een nieuw leven in de wereld; we zien mogelijkheden voor verandering in onszelf, want die zijn nu voor ons beschikbaar door Jezus van Wie we geloven dat Hij uit de dood is herrezen.
Moge dat werkelijkheid blijven alle dagen van ons leven.


terug naar openingspagina