Palmzondag: Mattheus 21,1-11
5 april 2020, Antoon Boks OP
Dominicanen Huissen

Onze Palmzondag liturgie zouden we eigenlijk hebben moeten openen met een processie.
We deden het wel eens buiten, maar soms is het te koud, of te winderig of regent het, van daar dat we het dan achter in de kapel deden, maar dat kan allemaal niet meer vanwege de uitbraak van de corona-virus.

We hoorden dat Jezus op het punt staat Jeruzalem binnen te gaan.
Hij hoefde dat niet te doen.
Hij had van gedachten kunnen veranderen.
Toen hij naar Jeruzalem reisde, stuitte hij steeds meer op verzet.
Aan het begin van zijn reis kreeg hij een enthousiast welkom van de menigte.
Maar de religieuze autoriteiten werden steeds vervelender en brachten dat verzet op een steeds duidelijker manier.
Zelfs de menigte, die hun Hosanna's schreeuwden toen Hij de stad binnenkwam, zullen binnenkort zwijgen.
Zijn leerlingen zullen ook de benen nemen, want toen Judas en een grote menigte, gestuurd door de opperpriesters en ouderlingen van het volk met zwaarden en knuppels bewapend Jezus arresteerden verlieten alle leerlingen Hem en vluchtten.

Jezus had deze neergang in zijn populariteit voorspeld.
Hij had met zijn leerlingen gesproken over zijn naderend lijden en dood.
Hij had het wel in de gaten gehad.
Hij had zijn heel belangrijke teksten kunnen veranderen: over Gods koninkrijk dat open staat voor alle mensen, zelfs de heidense buitenstaanders; over de laatste die eerste en de eerste die de laatste is; over zijn aanwezigheid bij de minst bevoordeelde van de samenleving; over Gods overvloedige vergeving; over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, maar dat deed Hij niet.
In tegenstelling tot degenen die op zoek waren naar de goedkeuring van zoveel mogelijke mensen, bleef Hij trouw aan Zijn woorden en bleef Hij Zijn boodschap prediken op de weg naar Jeruzalem.

Daarom vinden we vandaag de trouwe Zoon van God in Jeruzalem om lijden en dood onder ogen te zien.
Hij zal worden gemarteld, bespot ook al riepen veel mensen vandaag nog: "Heil, koning van de Joden!"
De langverwachte koning is Jeruzalem binnengegaan om het uitverkoren volk te bevrijden, maar niet op de manier waarop zij of wij hadden gehoopt of verwacht.
"Zie je koning komt naar je toe, zachtmoedig en rijdend op een veulen van een lastdier."
Waar is de ridder op het witte paard?
De weg naar vrijheid begint met een totale nederlaag.
Wie had kunnen voorspellen dat Jezus als Zoon van God voor deze manier zou kiezen?
Misschien iemand die de profetie van Jesaja van vandaag had gelezen en erover had nagedacht.
Het gaat over de dienaar die het lijden accepteert dat gepaard gaat met trouw zijn aan Gods oproep.
Jezus is die Dienaar, vastbesloten om de zending die God hem gaf te voltooien en het lijden dat zending met zich meebrengt te aanvaarden.

Wanneer mensen zien dat anderen iets ernstigs, een zware ziekte of dood ervaren, dan deinzen velen van hen daarvoor terug.
Dan hoor je vaak: "Ik weet gewoon niet wat ik moet zeggen."
Dus zwijgen zij of wij dan maar en geven geen troost.
Troost hebben die mensen met pijn hard nodig.
Anderen doen pogingen om iets te zeggen, hoewel ze zich ontoereikend voelen.
Woorden klinken leeg en zijn vaak nietszeggend in het licht van pijn en mysterie.
Waar halen we woorden vandaan op zulke momenten?
We putten uit onze eigen ervaring, want we hebben het allemaal wel eens meegemaakt: er was pijn bij falen, teleurstelling, angsten, ziekte van onszelf en anderen, waaronder de dood van dierbaren.
Soms reiken we toch diep in onze herinnering om iets te zeggen, want we herinneren ons hoe we werden getroost door de woorden van een ander toen we daar heel erg om zaten te springen.
Soms hebben we maar een paar woorden in dergelijke omstandigheden nodig.

Soms is zwijgen en gewoon bij mensen blijven staan of zitten al iets, dat we kunnen doen.
Dat is een ander soort praten en het kan boekdelen spreken.
De lezing uit de teksten van de profeet Jesaja over de dienaar van God, die God heeft leren spreken om uitgeputte mensen bij te staan en die niet beschaamd zal worden.
Deze dienaar lijdt voor het doen van die taak.
Maar God wil dat er woorden tot de vermoeide mensen worden gesproken en daarom staan elke dag de oren van de Dienaar open om opnieuw te horen wat God wil zeggen en doen.

Als we de Goede Week ingaan, moeten we op de eerste plaats luisteren naar Gods Woord zijn, want God wil dat niet alleen Jesaja, maar wij allemaal woorden spreken dat de vermoeide mensen zullen helpen om te leven.
God wil ook onze tongen trainen, zodat we tot vermoeide mensen kunnen spreken en hen kunnen helpen.

Deze week spreekt Jezus, Gods Zoon en Dienaar, woorden om ons bij te staan in het lijden en de duisternis van de wereld.
Hij heeft net als Jesaja zijn gezicht hard gemaakt als vuursteen.
Hij vertrouwt op God en toont ons Gods vastberadenheid om bij ons te zijn in pijn.
God is onze duisternis binnengegaan en die duisternis wordt nu bewoond. Jezus' leven, dood en opstanding spreken woorden van troost aan vermoeide mensen en geven kracht aan allen die kunnen wankelen in hun geloof en toewijding aan Hem.

Deze week zijn we op de eerste plaats toehoorders en toeschouwers, om woorden te leren spreken tot vermoeide en lijdende mensen, om te doen wat vermoeide en lijdende mensen nodig hebben.
Laten we dan putten uit wat onze oren hebben gehoord en onze ogen hebben gezien van wat er met Jezus gebeurd is in die lang vervlogen dagen.
Hij is tot vandaag en ook in de toekomst onze Verlosser.
Moge dat werkelijkheid worden in ons leven van alle dag.


terug naar openingspagina