Viering 15 maart 2020

De eerste viering die in onze kerk in verband met het coronavirus niet doorgegaan is, is de viering van 15 maart jongst leden.
In de viering zou Tony de Kaper-van Aalst namens onze Liturgiegroep voorgaan.

Onderstaand treft u aan de titels van de liederen die voor deze viering geprogrammeerd stonden.
Ook treft u aan de twee lezingen die gelezen zouden worden.
Na de lezingen treft u aan de overweging welke Tony voor ons zou houden.
Tot slot treft u aan het gebed na de communie.



Liederen:
(tot onze spijt mogen we gezien de kopierechten geen teksten en/of muziek publiceren)

 

Lezingen

 

Voor de lezingen in pdf: klik hier.

 

 

Overweging bij Johannes 4, vers 5 t/m 42

Water is van levensbelang.
Daar kan iedereen het mee eens zijn.
Op een hete dag naar de duinen gaan of het strand en dan vergeten drinken mee te nemen, dat is ons allen misschien wel eens overkomen.
Wat kun je dan als mens behoefte hebben aan water.
Bij de eerste slok besef je het al: niets kostbaarder dan water.

Het Joodse volk heeft dorst, het loopt al jaren door de woestijn en steeds is het maar de vraag of er voldoende water is en of ze het op tijd kunnen vinden.
Vaak moet het volk diep graven en in een put afdalen om het verfrissende zuivere water te kunnen vinden.

Jezus gaat op het heetst van de dag naar een bron.
Erg onverstandig, vooral omdat Hij ook niets bij zich heeft om water uit de put te halen.
Immers, in de tijd van Jezus nam iedereen zijn eigen emmer of kruik mee naar de bron en weer gevuld mee naar huis.
Jezus heeft dorst, maar dan in een dubbel betekenis

Het is twaalf uur, het heetst van de dag.
Jezus zinkt vermoeid neer bij een put.
Zijn leerlingen zijn boodschappen gaan doen en hij heeft dorst.
Hier begint ons verhaal.
In het evangelie is het nog uitgebreider, dan wat we zonet gehoord hebben.
Maar daarvoor is er ook al een heleboel gebeurd.
Dingen die dit verhaal nog meer lading geven.
Want hoe kwam Jezus eigenlijk terecht bij die put?
Jezus is onderweg van Judea naar Galilea.
Zijn succesverhaal werd namelijk bekend bij de farizeeën.
Men had hen verteld dat Jezus meer volgelingen aantrok dan Johannes en meer mensen doopte.
Johannes moest die acties met de dood bekopen, dus Jezus maakte zich wijselijk uit de voeten.
Hij nam de kortste weg naar het noorden en ging dus door Samaria.
Samaritanen zijn ook wel Joden, maar tijdens de ballingschap in Assyrië waren ze wat vrijzinniger geworden.
Ze namen het niet zo nauw meer met alle geboden en leefregels.
De rechtzinnige joden meden hen daarom en gingen om het gebied van de Samaritanen heen.
Jezus niet: de kortste weg was nu de veiligste weg om het lot van Johannes te ontlopen.

Terug naar de lezing.
Jezus zit alleen bij de put als er een Samaritaanse vrouw aankomt.
Ze heeft water nodig en dus haar kruik meegenomen.
Dat is niet verstandig, zo op het heetst van de dag, want je kunt uitdrogen.
Ze zal goede redenen hebben om niet in de koelte van de ochtend of in de namiddag te gaan.
Wij als luisteraars horen waarom zij komt op dit vreemde moment.
Door haar levensloop en misschien wel opgelegde levenskeuzes, al dan niet uit vrije wil genomen, mag ze geen deel meer uitmaken van de gemeenschap van haar dorp.
Ze wordt met de nek aangekeken.
Ze staat er alleen voor.
Ook deze vrouw heeft dorst met een dubbel betekenis.

‘Geef mij ook wat te drinken?' vraagt Jezus haar.
En met die woorden doorbreekt hij een taboe, wel meer dan één.
Mannen horen immers in die tijd geen vrouwen aan te spreken en zeker geen Samaritaanse.
Maar Jezus trekt zich van deze voorschriften niks aan en de vrouw ook niet.
‘Als je eens wist wie ik was, zou je mij om water vragen' zegt Jezus.
‘Ik jou om water vragen?
Hoe kan dat nou?
Je hebt niet eens een kruik bij je.'
Het gesprek leidt in het begin tot een misverstand.
Het water dat Jezus bedoelt, is niet hetzelfde water als waar de vrouw aan denkt.
Geen gewoon H2O, om de groenten te wassen.
‘Ik bedoel geen water uit de put.
Het water dat ik je geef, zal in jou zelf een bron worden, waaruit voor altijd levend water opwelt.'

In de relatie tussen Jezus en de vrouw zien we gaande het verhaal een diepe verbondenheid groeien.
Een verbondenheid die begint bij een oppervlakkige vraag naar water, maar die uitmondt in de diep menselijke vraag om het lessen van de dorst van de ziel en het diep menselijk verlangen.

Langzamerhand begint de vrouw het te snappen.
‘Dat water wil ik wel' zegt ze.
‘Ga eerst je man halen' antwoordt Jezus.
‘Ik heb geen man'.
‘Dat zeg je goed.
Je hebt vijf mannen gehad en die je nu hebt is niet van jou', reageert Jezus.
Vijf keer heeft ze het geluk gezocht en vijf keer is ze teleurgesteld.
Nu is ze een paria in haar dorp, een uitgestotene en moet op het heetst van de dag water gaan halen, om maar geen ruzie met andere dorpelingen te krijgen.
En hier zit een Jood, die haar levend water beloofd.
Hoe kan dat nou?
Ze vertrouwt het nog niet helemaal.
‘Wij aanbidden God op die berg daar en jullie in Jeruzalem'.
Heeft die jood nou iets denigrerends te zeggen over de Samaritanen?
Maar het antwoord van Jezus is ernstig.
‘Geloof me maar, er komt een moment – ja, het is al aangebroken – dat zulke kwesties er niet meer toe doen.
Dan gaat het niet meer om een berg of een tempel, niet meer om regels of hoe het eigenlijk hoort, maar om geest en om waarheid.
God aanbidden betekent dan: trouw en troostend aanwezig zijn.'

Jezus verandert in de ontmoeting met de vrouw van degene die dorst heeft, naar degene die de levensdorst kan lessen.
En de vrouw, ook zij groeit.
Van degene die de dorst kan lessen, tot degene die niet anders wil dan het ontvangen van het water dat haar werkelijk doet leven.

Ze voelt zich geraakt door zijn uitspraken.
‘Ik heb gehoord van een Messias.
Als hij komt zal hij alles uitleggen.
'Ik ben het', zegt Jezus en ze gelooft hem, omdat ze weet dat het waar is.
Als deze man weet wat er in haar leven is gebeurd, dan moet hij wel de Messias zijn.
Ze laat haar kruik staan en loopt terug het dorp in.
De dorpelingen zijn onder de indruk van wat ze vertelt.
Ze gaan mee naar put om ook met Jezus te spreken en hij blijft nog twee dagen bij hen.

Amen.

Liturgiegroep
Tony de Kaper-van Aalst

 

Voor de overweging in pdf: klik hier.

 

 

Communiegebed

God van hemel en aarde,
Dankbaar keren wij ons hart naar U,
Gevoed door de hoop en het vertrouwen
Dat U ons aanziet in liefde, wie wij ook zijn.

God wees ons barmhartig en zegen ons,
Toon ons het licht van uw aanschijn.

Wij laten ons voeden door uw woord
dat ons aanspreekt en bemoedigt
zodat wij ons gesterkt voelen door het Brood
waarmee U ons in leven houdt.

God, wees ons genadig en zegen ons.
Laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.

Help ons leerlingen van Jezus te zijn:
dat wij omzien naar elkaar en naar mensen om ons heen
en blijven zoeken naar uw koninkrijk van vrede en recht,
dat in Hem begonnen is en door ons groeien mag.

God wees ons genadig en zegen ons,
Laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.

Blijf ons bezielen met uw heilige Geest, de Trooster,
die ons kracht geeft om te getuigen van uw Zoon,
Hij die al uw mensenkinderen eens verzamelen zal
aan zijn bruiloftsmaal van genade in overvloed.

Amen


terug naar openingspagina