Dominicaans

Onze parochie voelt zich verbonden met de Dominicaanse geloofsgemeenschap in Nederland.
We voelen ons "Dominicaans", vinden de spiritualiteit van de dominicanen waardevol.

Kort samengevat:

 

Wat is Dominicaans?

Domicaanse Lekengemeenschap

Wat is Dominicaans?

Dominicaans leven is waarheid zoeken, leven en verkondigen. Leo de Jong omschreef het als 'Echte waarheid is voor gelovige mensen het zoeken.'

'Als typerend voor Dominicaanse spiritualiteit wordt vaak het devies : "Veritas" (waarheid) gebruikt. Dit zal de orde tot een orde van studie en van verkondiging maken. Toch vind ik, dat in deze stellingname de grondvraag nog niet is beantwoord. De vraag, die Pilatus - wellicht wat cynisch - stelde, maar die ik hier in ernst wil verwoorden. "WAT IS (DIE) WAARHEID?"

Theocentrisch
Als je dan ten diepste het woord "God" invult (de orde van de dominicanen is door de eeuwen heen sterk theocentrisch geweest), stoot je precies op de onmogelijkheid om deze vraag afdoende te beantwoorden. Elke benadering van de vraag wie of wat God is, blijft stukwerk. Zo schreef Gregorius van Nazianze (ongev. 380) al: "O, Gij, voorbij alle namen, hoe anders U noemen, Onnoembare, Gij".

Liefdeswoordjes
Elke antwoord roept nieuwe vragen op. Elk antwoord bestaat uit mensenwoorden, die op zijn hoogst naar het mysterie kunnen wijzen. Hopenlijk wijzen zij in de goede richting. God raken, laat staan God bevatten, kan ons begrip nooit. Alle mystici van alle Godsdiensten beseffen dat! Deze grondhouding van het "niet weten" relativeert elk benoemen van de/het onnoembare, zelfs als dit het benoemen in dogma's of in de Bijbelse of kerkelijke traditie is.
En dit relativeren is in twee betekenissen waar. Ten eerste zijn al onze formuleringen over God nooit absoluut waar. Ze laten de vrijheid open om opnieuw te gaan zoeken. En ten tweede zeggen al onze woorden over God iets over ONZE RELATIE met de Eeuwige. Het zijn om zo te zeggen: liefdeswoordjes. "Voor mij, voor ons is de Eeuwige als een Vader... Onze Vader..."

Zoeken is waarheid
Dit betekent, dat je altijd de vrijheid hebt en houdt om te blijven zoeken en om vragen opnieuw te stellen. Dit omdat het antwoord altijd achter onze horizon ligt en je dus steeds opnieuw mag en moet proberen om dit nooit in mensenwoorden te bevatten antwoord minder slecht en meer aangepast aan het eigentijdse denken en voelen te formuleren.
De echte waarheid is dus voor ons, gelovige mensen: HET ZOEKEN!

Verlos me van God!
Of ik - of wij - die vrijheid-tot-zoeken echt aankunnen? Durf ik als een jonge zwaluw de draad van mijn zekerheden loslaten om mij te laten vallen in de immense geestelijke ruimte, die God is?
Pas als ik geen grond meer onder de voeten houd, leer ik vliegen! Meister Eckhart o.p. (ongev. 1300) predikte niet anders. Een van zijn pittige uitspraken, tijdens een preek, luidde: "Ik bid God iedere dag mij van (mijn ideeën over) God te verlossen".'

23 januari 2008.
Leon. Raph. de Jong o.p.

naar boven

800 JAAR DOMINICANEN

IN 2016 BESTAAN DE DOMINICANEN 800 JAAR
MIDDELS DIVERSE BERICHTEN GEVEN WIJ AANDACHT DAARAAN.


deel 1

Gotiek en Dominicanen hangen samen.

De meeste oude Dominicanerkerken zijn in de bouwstijl van de Gotiek. Ik noem Zutphen, Zwolle, Den Haag, Maastricht, Rotterdam, enz. Zelfs de enige echt Gotische kerk in Rome de Santa Maria sopra Minerva is een Dominicanerkerk. Dat is niet zo verwonderlijk. Maar dan moeten wij eerst in het reine komen met de naam "Gotiek", want dat was een scheldwoord! De culturen van de Renaissance en de Barok noemden de Middeleeuwse bouwstijl barbaars: "Gotisch", naar het ruwe en onbeschaafde volk, dat de hoog geachte Romeinse beschaving vernietigd had! De Middeleeuwse bouwers noemden hun methode echter: "De nieuwe bouwstijl".
In tegenstelling tot de abdijen op het platteland was het een typische stads-bouwstijl. Gedurfd, hoog reikend, op de tenen staand, open en transparant, met grote en grootse ramen, die veel licht doorlieten. Zoals de sfeer in de steden was, waarvan men in die tijd zei: "Stadslucht maakt vrij". Stadskloosterlingen met een vernieuwde en gedurfde stijl van kloosterling-zijn hadden dus een natuurlijke spirituele band met de Gotiek. En dat blijkt in de vele oude kloosterkerken van de Dominicanen.

p. Leo Ralph de Jong o.p.

deel 2

Sint Thomas van Aquino o.p. als Gotisch theoloog.

Ook Thomas van Aquino o.p. was een kind van de Gotiek. Zoals de Gotiek zijn aanzet vond in het Moorse Cordoba zie de bogen, die in de beroemde Mesquita voeren naar de heilige Nis zo was Thomas in zijn filosofie en theologie geraakt door de Moorse vertalingen ook uit Cordoba van de werken van Aristoteles. Hij ging de theologie herbouwen in een "nieuwe bouwstijl": tot de intellectuele kathedraal van de Summa Theologica. Gotisch in zijn schijnbaar simpele opbouw en contructie, in de transparantie van de redeneringen, in de samenhang en evenwichtigheid. Met de klaarheid van het licht, dat door Gotische ramen valt. Een serie boeken, vele thema's, maar tot een grootse eenheid gesmeed, zoals alle bogen samen één kathedraal vormen. Niet voor niets werd deze Thomas van Aquino o.p. Tot twee maal toe uitgenodigd om als gastdocent op te treden in de meest geavanceerde universiteit van het toenmalige Christendom: de Sorbonne van Parijs. Om het met een beeld te zeggen: hij werkte in de schaduw van de Gotische kerken en kathedralen van Parijs.

Pater Leo de Jong o.p.

Deel 3

De doorbraak.

Op het einde van zijn vrij korte leven overkwam Thomas een geweldige ervaring. Wat hij precies gezien of ingezien heeft, weet ik niet. Wel is de uitspraak van hem bekend geworden: "Verbrandt alles maar wat ik geschreven heb. Het is als stro.". Blijkbaar heeft hij de lichtende intellectuele ruimte van zijn kathedraal verlaten en kijkt er zelfs een beetje afwijzend naar terug. Wat gebeurt hier?

 

Misschien is er een eerste antwoord op die vraag te vinden in de ervaringen van zijn opvolger op de universiteit van de Sorbonne, ook een Dominicaan, die tot twee maal toe uitgenodigd werd om gastdocent te zijn op die befaamde universiteit: Meister Eckhart o.p. (1280-1328). In zijn tijd even befaamd als zijn voorganger Thomas van Aquino. Ook hij wilde op het hoogtepunt van zijn wetenschappelijke carrière een Summa schrijven: een intellectuele kathedraal bouwen. Het "Opus tripartitum". Wonderlijk genoeg kwam hij nooit verder dan een opzet, een inleiding en een eerste aanzet van sommige theologische thema's.

Hij stopte met bouwen en ging dat volgende terrein verkennen: "Waar blijven wij, als wij alle intellectuele constructies, begrippen en woorden achter ons laten? Waar blijven wij, als wij de kathedraal verlaten?" Ik zou zeggen: daar waar Thomas van Aquino de deur opende, maar stopte, ging Eckhart verder. Niet meer in het grootse gebouw van een Summa; niet meer in de taal van de wetenschap het Latijn ; niet meer op universitair niveau. Maar in de nog gebrekkige volkstaal, in preken en voor niet bestudeerde belangstellenden in zusters kloosters en in de kloosterkerk van Keulen.

En eigenlijk had Thomas van Aquino de aanzet tot deze doorbraak al gegeven, toen hij in zijn Summa al direct in het begin na de zogenaamde Godsbewijzen schreef: " Quia de Deo scire non possumus quid sit, sed quid non sit, non possumus considerare de Deo quomodo sit, sed potius quomodo non sit". (Prima pars. Quaestio 3.Introductio.)

("Omdat wij van God niet kunnen weten, wat Hij is, maar wat Hij niet is, kunnen we niet van God beschouwen op welke manier Hij is, maar beter: hoe Hij niet is".)

Ook Thomas zelf construeerde een kolossaal gat in een van de dragende muren van zijn zo majestueus lijkende kathedraal.

Deel 4 (einde)

Straf of rehabilitatie?

Maar wie zo de grootse onzekerheid van het niet-weten inbouwt, kan ervan verzekerd zijn, dat verontrusten zullen komen met veroordelingen. Thomas werd tot twee maal toe veroordeeld door de bisschop van Parijs, voordat hij tot kerkleraar werd uitgeroepen. En Eckhart werd op het ogenblik van zijn sterven achterhaald door de veroordelingen vanuit het pauselijk hof in Avignon. De tijden waren toen echter harder geworden, de majesteuze openheid van de beginnende Gotiek was voorbij. Dus voor Eckhart geen rehabilitatie. Maar misschien zitten zij nu wel samen op een bankje in de "tuin-voorbij-al-onze-constructies", en zijn zij het glimlachend eens: voorbij alle woorden.

januari 2015.

Leo Raph. A. De Jong o.p.

naar boven

 

terug naar openingspagina