Als je alle projecties weglaat, houd je de Werkelijkheid over.

 

1) Bloemen, vlinders, vogels.

Ik moet nog jong geweest zijn, toen ik de film " Bambi " van Walt Disney te zien kreeg. Merkwaardig genoeg heeft één gedeelte uit de film zo'n indruk op mij gemaakt, dat ik het nooit meer vergeten ben. Het pasgeboren hertje Bambi loopt met een vriendje de wijde wereld in. Ze komen bij een groot veld met goudgele dingetjes, die stralen in de zon. Bambi kijkt zijn vriendje vragend aan. " Bloemen!", zegt deze. Er vliegt een kleurrijk gevalletje op uit het bloembed. " Bloem", constateert Bambi. Maar zijn wijsneuzige vriendje verbetert hem: " Vlinder!". Dan vliegt er nog een wezentje over hun hoofden. "Vlinder?" vraagt Bambi, die al wat voorzichtiger geworden is. Het wetenschappertje weet het beter: " Vogel!" En zo leer je de werkelijkheid kennen door haar in delen uiteen te leggen: in te delen; en er grip op te krijgen: begrijpen.

Toch was er geen bloemetje, dat smeekte om de mensennaam " Bloem ". Geen vlinder gaat bedachtzaam zitten nadenken over de brandende vraag, onder welke ondersoort van dieren hij zou vallen. En geen vogel zou een wiekslag aarzelen en omkijken, als ik hem per ongeluk "olifant " zou noemen. Kortom: het zal de Werkelijkheid worst wezen, hoe ik haar noem of niet noem! Al mijn woorden, namen, begrippen, definities, glijden van haar af, als de waterdruppels van de veren van een eend. Die namen, begrippen, definities horen thuis in de wereld van mijn verstand. De wereld van de Werkelijkheid is gewoon, wat zij is. Een vogel is geen vogel! Zij is een volslagen onbekende grootheid, waarop ik het begrip " vogel " plak om haar niet helemaal sprakeloos van verwondering na te blijven staren. En - zoals gezegd - als ik dan: " Daar vliegt een olifant" roep, zal de vogel niet verbaasd of geamuseerd omkijken.

Toch zijn we soms " sprakeloos van verwondering". Wat gebeurt er dan? Ik vermoed, dat op zo'n moment de Werkelijkheid zich even aan mij laat zien in al haar onnoembare simpelheid, schoonheid, werkelijkheid, zoals zij achter al mijn be-grijpen is. Zoals-zij-is.

En als ik " sprakeloos van ontzetting" ben, gebeurt hezelfde, maar nu in de duistere slagschaduw van het bestaan. Ook daar krijg ik geen greep op. het-is-zoals-het-is.

Kunstenaars en dichters zien soms kans om bressen te slaan in die poortloze muur-van-begrippen, die wij tussen onszelf en de Werkelijkheid hebben opgetrokken. Dan schrijven ze onzinnige teksten zoals : " Er is vandaag weer veel meer, dan er is" (Richard Schuacht) of: "Er is geen God, maar ik bezwoer Hem Zijn belofte na te komen, haar ( mijn oude moeder ) te bewaren". ( Rutger Kopland) Ze moeten wel onzinnige dingen schrijven, want hoe breek je anders door die poortloze muur van woorden en begrippen, gemetseld tot zinnen en tot wetenschap? Hoe kom je anders ooit bij de werkelijke Werkelijkheid? Ze moeten je verlokken om achter die muur te komen kijken, ook al wéét je, dat dit onzinnig is en eigenlijk onmogelijk zou moeten zijn, want "Waar blijf je, als je niet meer weet, waar je blijft?"

Toch blijven ze jou verleiden: " Lees maar. Er staat niet wat er staat". Wat staat er dan? Er staat.....Er staat.....Er staat....Ik weet niet wat er staat. Toch staat het er. Nou jij weer! Kom er maar mee klaar, als je durft. Met die duistere afgrond van niet-weten en geen-grip-meer-hebben. Met die " Wolk van het niet-weten", zoals een Middeleeuws mystiek geschrift heet. Met uitspraken als die van Meister Eckhart o.p(Ongev. 1320) in een preek: "Ik bid God iedere dag mij van God te verlossen".

Of, zoals de jonggestorven Nederlandse schrijver Frans Kellendonk noteerde: " Ik voel steeds beter aan, waarom de Joden uit pure eerbied de Naam van de Eeuwige nooit hardop uitspreken. Ik voel die zelfde huiver, als ik het woord "Werkelijkheid" hoor of lees".

Onnoembaar, onkenbaar, werkelijker-dan werkelijk, huiveringwekkend, fascinerend......... Wellicht God-achter-het-woord-God? "Dichter bij mij, in mij, dan ik mijzelf nabij ben?"( Augustinus). Arme dichters, schrijvers en Meister Eckhart o.p.: Hoe te spreken over wat Onnoembaar is en mij toch zo boeit?!

-------------------------------------------------

4 maart 2011.

Leo Raph. A. de Jong o.p.