Godsdienst als op een andere planeet.

De "Semana Santa" - Goede Week - in Malaga.

 

Ik sta tussen tienduizenden mensen op een trottoir in Malaga. Het is dinsdag in de Goede Week, de week vóór Pasen, en ongeveer zes uur. De avond van de ommegang begint, die zal duren tot middernacht. Bij het begin van de straat verschijnen misdienaars, met kruis, kaarsen en wierook. Een muziekkorps speelt langzame, treurige muziek. De mensen van de eerste " broederschap " komen de straat in. Zij zijn - iedere broederschap in eigen kleur - gemaskerd en van top tot teen gekleed in een gewaad, dat bij mij direct herinneringen aan de Ku Klux Klan wakker roept. Zij dragen grote kaarsen, lopen heel langzaam en staan soms minuten lang stil, wachtend....... Ja, wachtend op wat?

Dan komt het enorme gevaarte de hoek om. Het is een geweldig baldakijn - een " Trono " - met daar bovenop een immens beeld van de treurende moeder Maria, omgeven door bergen bloemen en tientallen kaarsen. Ver boven de mensenmassa waggelt het enorme beeld de straat in en stopt dan na een paar tientallen meters. Na vijf minuten klinken er bel-signalen. Het beeld komt weer omhoog en wankelt dertig meter verder om dan opnieuw te stoppen. Meer dan tachtig mannen lopen onder dat loodzware beeld (het reikt tot de derde etage van de huizen!) Zij dragen het op hun gezamelijke schouders. Na ieder stukje van de weg moeten zij even rusten en het zweet van hun voorhoofd afvegen. De mensen rondom mij applaudisseren, slaan kruisen, bidden, juichen de dragers toe, fotograferen, tillen kleine kinderen in de lucht. En heel langzaam trekt de stoet voorbij.

Maar dan komt de volgende groep alweer de straat in, met eigen muziekkorps, eigen broederschap en eigen kolossaal beeld. Zo zijn er een stuk of acht groepen en die komen allemaal samen voor hun defilé langs de kathedraal. Dan gebeurt er nog iets ontzagwekkends. Een beeld van de lijdende Christus en een beeld van Maria wankelen de kathedraal binnen - dood-eng! - en daar " ontmoet " de Moeder haar Zoon.

Het laatste beeld is het meest enorm: een ontzaglijk groot beeld van Christus aan het kruis, voorafgegaan door een militaire kapel en gedragen door zo'n honderd soldaten. Op een bepaald bevel nemen de dragers dit kolossale beeld niet op de schouder, maar op de gestrekte arm en de hand. En het tonnenzware beeld verschijnt een meter hoger, wankelend boven de mensenmassa. Daverend applaus, gejuich, hardop bidden, fotograferen, wijzen en roepen.

Binnen dit reusachtige spektakel vallen mij allerlei dingen op. Verschillende leden van de broederschappen lopen de hele tocht op al die avonden blootvoets - om boete te doen. Een van hen is een anonieme gevangene, die door een paar magistraten uit een groep vrijwilligers is uitgekozen om vervroegd vrijgelaten te worden, als hij alle avonden gemaskerd de boetetocht zal meemaken. Een groep jonge vrouwen loopt " gekleed " in zwarte plastic vuilniszakken.

En plotseling klinkt een heel hoge, heel doordringende stem, die een lied-als-een-jammerkreet uitstoot. Ik ben getuige van een " Saéta ", een "pijl". Een vrouw op een van de balkons is zó aangegrepen door medelijden met de lijdende Christus, dat zij spontaan uitbarst in een heel hoog, heel doordringend, heel fel en eentonig gezang, één grote muzikale jammerklacht. Op straat wordt het doodstil. Pas een paar seconden, nadat zij haar schreeuw-om-medelijden heeft volbracht, wordt er daverend geapplaudisseerd.

Later las ik, dat deze boetetochten al begonnen vanaf 1487, toen Malaga door de Katholieke koningen uit het noorden veroverd werd op de Moslims. Het begon heel bescheiden, maar in protest tegen de protestantse beeldenstorm (ongev. 1566) en onder invloed van de Barok werden de beelden grootser en imposanter. De afgrijselijke Spaanse burgeroorlog in de jaren dertig van de vorige eeuw veroorzaakte opnieuw een drastische verandering.

In de nacht van 11 op 12 mei 1931 sloegen atheïstische communisten alle beelden in Malaga aan gruzelementen en de optochten werden verboden. Een paar " Bravi" - dapperen - begonnen in 1935 opnieuw met de tochten. Toen kwam Generalissimo Franco, versloeg de atheïstische regering van socialisten en communisten - soms met heel bedenkelijke middelen: " Guernica "!!! - en herstelde de Roomskatholieke kerk in ere.

Deze nationaal-katholieke stroming deed nieuwe beelden ontstaan, nog grootser en enormer dan eerst. En het leger kreeg sindsdien een meer prominente plaats in deze bedetochten.

En daar stond ik dan: in die wonderlijke mix van: show, katholiek zelfbewustzijn, theater, bravour, gebed, boete, nationalisme, ontroering, bezinning, medelijden, bizarre schoonheid, historie, volksvroomheid, en Spaanse emoties. Een ervaring, waar ik lang over moest mijmeren.

7 Mei 2010.

Leo Raphaël.