Metro

Toen ikin Schiedam-Parkweg instapte, was de metrowagon al aardig vol. Ik koos dus een plaats tegenover een wat ouder echtpaar, dat al in de metro zat. Zij zaten zwijgend naast elkaar en al de tijd, dat ik tegenover hen zat, keken zij elkaar ook niet aan. Ieder was blijkbaar met zijn eigen gedachtenwereld bezig en er was verder geen communicatie meer. In de tientallen jaren, dat zij getrouwd waren, was blijkbaar alles al vele malen gezegd. En ook de sexuele aantrekking was blijkbaar wat gedoofd. Zoals een Nederlandse cabaretier ooit zei: "De cola is nog goed, maar de bubbels zijn er wel uit!"

Een paar stations verder stapten twee jonge, donkere schoonheden binnen, kennelijk niet voortgebracht door mensen van ons eigen "boter-kaas-en-eieren-volkje". Zij gingen een paar bankjes verder weg zitten. De oudere man keek even op en keek ze na, maar zijn gezicht veranderde niet. Ook de vrouw reageerde niet op de blikken van haar man, en even later keken beiden weer voor zich, verzonken in eigen gepeins.

Toen gebeurde er iets voor mij totaal onverwachts. Met een oneindig teder gebaar legde de vrouw haar hand op de knie van de man. Zij keken elkaar nog steeds niet aan en spraken geen woord, maar de hand van de vrouw bleef even liggen, als een tedere brug van begrip. Toen zij haar hand weghaalde, begon de man heftig in zijn ogen te wrijven, alsof hij opkomende tranen met moeite probeerde te bedwingen. Daarna keerden de stilte en bewegingloosheid terug.

Zij stapten een halte eerder uit dan ik. Zij stonden na elkaar op en liepen naar de uitgang, zonder elkaar aan te raken of aan te zien. Toen verdwenen zij uit het zicht. En alweer was ik getuige geweest van een van die uiterst vreemde gezichten, waarin het mysterie van de liefde zich soms laat zien, zonder zich te tonen. "Als ziende de Onzienlijke" . Het lijkt waarempel God wel............

 

Leon Raph. de Jong o.p.