"Mijn God, wat een lappen!"
( Een verhaal naverteld, modern, ook al is het ongeveer achthonderd jaar oud )

Lang geleden leefde ergens een man, die helaas met weinig verstand geboren was en heel zijn verdere leven simpel was gebleven. Toch had hij vanaf zijn jeugd een groot ontzag en diep verlangen naar God. Hij begreep uiteraard niks van al datgene, wat de priesters over God zeiden en schreven. Vrome gebeden kon hij niet onthouden. Zelfs het "Onze Vader" was hem veel te moeilijk, want hij was het begin van dat mooie gebed al vergeten, voordat hij het einde had uitgesproken. De man voelde zich erg bedroefd hierover. Ten einde raad vroeg hij aan zijn biechtvader, hoe hij dan moest bidden op een manier, die aan God welgevallig zou zijn en voor hemzelf mogelijk.

"Tja" , zei de geestelijke leidsman, "Als zelfs het gebed des Heren voor jou te moeilijk is, dan rest jou slechts de nederige bede: "Heer, ontferm U over ons". Dat moet voor jou toch te doen zijn? Probeer dat dan maar".

Zo gezegd, zo gedaan. En waarachtig, de simpele man kon dat gebed onthouden en hij prevelde het dan ook ontelbare malen per dag stil voor zich uit. En hij was er gelukkig mee.

Laat het nu gebeuren, dat hij een keer achter in de kerk zat en er een bedelaar binnenkwam, die in de bank voor hem ging zitten. De man staarde naar de versleten en steeds maar weer opgelapte oude jas, die de bedelaar aanhad. En voordat hij het echt in de gaten had, verzuchtte hij: "Mijn God, wat een lappen!" . Dat had hij beter niet kunnen doen, want deze nieuwe verzuchting verdrong ogenblikkelijk de oude smeekbede uit zijn herinnering, zodat hij alleen nog maar bidden kon: "Mijn God, wat een lappen!" Zoals immers gezegd, hij was een simpel mens.

Hij kon het ook niet helpen, maar nu prevelde hij ontelbare keren per dag deze merkwaardige verzuchting. Na enige tijd voelde hij er zich toch goed bij, maar voor alle zekerheid besloot hij de tekst aan zijn biechtvader voor te leggen. Deze luisterde eerst heel geduldig naar hem, maar kon toen zijn irritatie niet langer helemaal onderdrukken. "Wat is dat nou een stomme tekst om als gebed te gebruiken! Doe toch wat beter je best! Probeer die woorden te onthouden, die ik je heb geleerd en als je ze vergeet, kom je naar mij terug en dan zal ik ze opnieuw aan je leren!"

De simpele man was teleurgesteld, want hij had het toch goed bedoeld. Maar omdat hij van goede wil was, beloofde hij het opnieuw te proberen met het gebed: "Heer, ontferm U over ons". Dus bedankte hij zijn biechtvader en de geestelijke leidsman bedankte hem voor zijn vertrouwen en wenste hem er succes mee. Daarna gingen beiden huns weegs, de man naar zijn simpele bezigheden, de geestelijke leidsman - tevreden over zijn werkzaamheden - naar zijn studieboeken.

Die nacht verscheen de verrezen Heer Jezus Christus in een droom aan de priester. "Ben je nou helemaal knettergek geworden?! Wat is dat voor een stupide raad, die je aan die man gegeven hebt?!"
De geestelijke leidsman reageerde geschrokken en verbaasd. "Maar ik dacht echt, dat de smeekbede, zoals ik die formuleerde , een beter gebed was en met wat moeite zou hij dat smeekgebed zeker op de duur kunnen onthouden, toch?"

De verrezen heer Jezus Christus zuchtte vermoeid. "Wanneer zal het nu eindelijk in jullie kleine hersentjes doordringen, dat de Eeuwige, geprezen zij Zijn Naam, absoluut geen interesse heeft in de juiste formulering van gebeden, of geloofsdogma's? Dat is een rare eigenschap van mensen! En dat jullie dan ook nog menen om elkaar in naam van de Eeuwige op dit gebied te moeten corrigeren! Het enige, wat de Eeuwige, geprezen zij Zijn Naam, interesseert, is de liefdvolle bedoeling, waarmee de woorden worden gebruikt, wat die woorden verder ook zijn. Scheep de Eeuwige toch niet steeds op met jullie scherpslijperijen!
Bovendien vertelde de Boeddha - een collega van Mij in de hemel - mij onlangs, dat alle woorden, die je lange tijd als het ware onnadenkend steeds maar herhaalt, heel diepe lagen van de menselijke geest openen. Wat die woorden ook betekenen. Hij wist dat uit eigen ervaring, dus Ik geloof hem graag. En jij wou dus die simpele man corrigeren, ofschoon hij zich bevond op de weg der wijzen?!"


(Naverteld door Leon. Raph. de Jong o.p.)
( "Wegen van kerstening in Europa, 1300-1900". Budel, 2005, blz. 48. )

terug naar "Plakboek"