LEGENDE OVER IEDEREEN EN MIJZELF.

Ooit, enige tijd geleden, viel er een regendruppel op een bepaalde plaats. De aarde, die de regendruppel opving was van een eigensoortige samenstelling: burgerlijk katholiek met in de grond een paar restanten van het oer-ijzer; protestantisme. Dat kleurde de druppel en gaf het haar smaak. Zo vielen er ontelbaar vele druppels op aarde, ieder met eigen plaats, eigen kleur, eigen smaak.


Men had in die tijd de merkwaardige gewoonte om iedere druppel een eigen naam te geven. Deze druppel heette "Leo", maar je had ook druppels, die "Piet" heetten, of "Carla", of "Willem", of "Maria", of "Gerard" of "Marianne". En nog vele andere namen. Via een paar merkwaardige sluizen vloeide de eerstgenoemde regendruppel in een grote rivier. Die sluizen noemde men: doopsel, eerste heilige communie, vormsel.

Het was een brede rivier, die al van ver en van lang geleden stroomde. Zij heette "Rooms katholieke kerk". Soms stroomde deze door rustig laagland, soms door onstuimige stroomversnellingen, die al die druppels heen en weer smeten. Soms stroomde zij door prachtige bossen met namen als "Gregoriaans", of "Mozart". Maar soms kwamen er bitter smakende beekjes op uit, die de rivier belastten met vragen over schuld en verdoemenis, straf en zonde. En al die ervaringen kleurden en veranderden de regendruppel. Zij werd ouder en wijzer, zogezegd.


Een bepaalde stroming binnen de rivier trok haar aan. De stroming, die ooit kwam uit een beekje, genaamd "Dominicus en zijn gezellen". Deze regendruppel voelde zich er min of meer bij thuis en besloot met die stroming mee te gaan in de grote bedding van de rivier. Zij hoorde ook spreken over andere rivieren, maar die liepen fout! Dat wist haar rivier zeker. Die rivieren zouden op niets uitlopen. Zij zouden verzanden, tenzij zij zich voegden in de enige ware stroom, de stroom van Christenen en van de Rooms katholieke kerk. Want ook Christelijke zijrivieren, die zich van haar afwendden en een andere weg zochten door het laagland, waren van een verkeerde richting. Je mocht ze eigenlijk niet eens "kerk" noemen, het waren: "Op kerken gelijkende gemeenschappen". Zo moest men erover spreken, zeiden de leiders in de hoofdstroom.

Na lange tijd kwam de rivier uit in een groot meer. Hier was rust en kwam het water tot stilstand. Dat was goed, want nu kon het meegevoerde zand bezinken en het water werd dus helder. Heel veel regendruppels vonden dit erg prettig: niet steeds opnieuw al dat gewoel van vragen, problemen en nieuwe stromingen!
Maar een groepje regendruppels bemerkte, dat dit grootse meer niet het einde van de stroming was. Aan de overzijde ging het water verder. Sommige druppels gingen dus mee, ook al werd er van veel kanten geroepen, dat zij in het meer moesten blijven. Dat zij niet zo eigenzinnig moesten zijn. Dat zij verloren zouden lopen. Dat ze zich niet zo buiten de hoofdstroom mochten plaatsen. En meer van dat soort verwijten.
Maar de druppel was te nieuwsgierig en ging verder.

Na een grote bocht zag zij ineens datgene, dat alle rivieren aantrok. Zij zag een glimp van de Zee. Toen zij bij die enorme grootsheid aankwam, bemerkte zij dat vele rivieren in de Zee uitmondden, ieder met eigen smaak en eigen kleur, maar alle op weg naar dezelfde Zee. De regendruppel vond het leuk en boeiend om met die andere geuren en smaken kennis te maken. Zij bemerkte soms, dat zij dingen herkende, die zij ook zelf zo ervaren en geroken had.

En op het laatste moment, voordat de regendruppel werd opgenomen in de Zee, besefte zij, wat zij altijd onbewust had geweten en wat veel regendruppels in al die verschillende rivieren natuurlijk ook beseften:

ELKE REGENDRUPPEL IS DE ZEE IN DE VORM VAN EEN REGENDRUPPEL.
DE ZEE IS ELKE REGENDRUPPEL IN DE VORM VAN DE ZEE.

En ze vond, dat dit een heel gelukkige en rustgevende gedachte was, de moeite van de lange reis waard.

2-3-2008.
Leon. Raph. de Jong o.p.

 

terug naar "Plakboek"