K E R K P L E I N N I E U W S

weekbrief van deelgemeenschap Sint Jan de Doper - Visitatie
nummer 26 -- week 20 mei - 26 mei 2019

kerk en secretariaat: mgr. nolenslaan 99, 3119 eb schiedam tel. 010-4735066
secretariaat donderdag en vrijdag 09.30-11.30 uur. e-mail: info@sintjan-visitatie.nl
website: www.sintjan-visitatie.nl. banknr.: iban: nl68 ingb 0000 2032 72.
pater leo de jong o.p. inspireert onze gemeenschap in zake de dominicaanse traditie





sint jan de doper-visitatie is een deelgemeenschap van de goede herder parochie
e-mailadres pastores: pastoraalteam@goedeherderparochie.nl
pastores zijn: charles duynstee, henri egging, avin kunnekadan, kees koeleman

==========================================================================


VIERINGEN

Zaterdag 25 mei


 

er is geen viering meer
op de zaterdagavond


Zondag 26 mei
6e zondag
van Pasen



11.00 uur




Viering van Woord, gebed en Communie
Voorganger: Liturgiegroep
Zanggroep Sint Jan o.l.v. Zuri Ramirez

 

 

********

 

Intenties: Pater Leo Raph. A. de Jong o.p.

********

Als donderslag bij heldere hemel kreeg de redactie het droevige nieuws dat onze Dominicaanse Inspirator pater Leo Raph. A. De Jong o.p. op 13 mei, onverwachts is overleden op zijn geliefde eiland Rhodos.

Dat hij Licht mag vinden bij de Eeuwige!

 

Recent schreef Leo dat er weer veel aandacht voor hem was in Kerkpleinnieuws.
Dat was logisch want Leo ging nog zo vaak voor in de kerk en iedere 2 weken kwam er weer een “artikeltje”, ‘kijk maar wat je er mee doet', stond er dan bij.

Ook dit nummer van Kerkpleinnieuws staat in het teken van pater Leo Raph. A de Jong o.p..

Onderstaand vindt u de tekst, die de basis vormde voor de preek die pater Leo de Jong o.p. uitgesproken heeft op 5 mei jongstleden in onze deelgemeenschap.

Het is de laatste preek van pater Leo de Jong o.p. die we in Kerkpleinnieuws kunnen publiceren.

 

Daarnaast nog twee paterblog “artikeltjes”, ontvangen op 23 april en 4 mei jongstleden.

We plaatsen deze graag nog, postuum.

We hopen dat ook deze patersblog de lezer mag inspireren en bemoedigen, zoals pater Leo dat zovaak en voor velen heeft gedaan.

 

Als laatste vind u nog een toelichting op het overlijden van pater Leo de Jong van Wim van der Steen.

 

Voor nu rest mij een citaat dat pater Leo regelmatig gebruikte:


“Alles van waarde is weerloos” Lucebert

********

Parochie De Goede Herder
St. Jan de Doper- O.L.V. Visitatie, Schiedam
(C)
3e zondag van Pasen,  5 mei 2019
(Lezingen: Handelingen 5, 27b-32.40b-41; Johannes 21, 1-19)

“Lees maar: er staat niet wat er staat. Er staat veel meer, dan er staat”.

 “Ik ga maar weer vissen”, zei Petrus.  Teleurgesteld als hij was door de moord op zijn grootse vriend, van wie hij alles verwachtte. Alles was dus uiteindelijk niks, het was niks geweest en het zal niks worden. Hij gaat dus maar terug naar zijn vroegere beroep: vissersman. En de eerst suggestie, die dit verhaal dan geeft, is: “Als je zo teleurgesteld aan een werk begint, vang je niks!”

Dan staat er iemand aan de oever van het meer in het nog half-donker van de vroege morgen. Zij herkenden hem niet. Dat is een bekend thema in de verhalen na de verrijzenis: het is niet zo gemakkelijk om de verrezen Heer te herkennen in een tuinman, een voorbijganger op de weg naar Emmaus, een toevallige passant aan de oever van het meer. En dat weten we uit eigen ervaring: het is niet zo gemakkelijk om Jezus Christus te herkennen in je buurvrouw, in een bedelaar of in zo maar iemand, die in de tram tegenover je zit, toch?! Oei, dit verhaal wordt voor mij ineens verschrikkelijk actueel!

Waaraan herkenden de leerlingen hem? Aan een herinnering, een diep aanvoelen, een opkomende golf van liefde. Zij herinnerden zich, dat ze zo'n merkwaardige visvangst al eens eerder hadden meegemaakt, lang geleden, toen zij langs ditzelfde meer geroepen werden om “vissers van mensen” te worden. De Emmaus- gangers zeiden later: “Brandde ons hart niet in ons door de manier, waarop die voorbijganger ons de Schriften uitlegde?” En de geliefde leerling voelde ineens diep in zichzelf zijn vriendschap weer ontbranden: “Het is de Heer!”.   Dus let op, als je tot in je ingewanden geraakt wordt door gevoelens van bewondering, mededogen, liefde, enz. Dan is de verrezen Heer vlakbij, ook nu nog, in ons leven.

Dan blijkt er al onverwacht voor hen gezorgd te zijn: het ontbijt staat klaar; zo mogen medewerken aan het ontbijt, dat wel. Weer zo'n signaal van Gods aanwezigheid: “je ontvangt een teken van liefde – een gave – zonder dat je het verdiend hebt.”  De gave van onverdiende liefde is als een Godsopenbaring, want “God is Liefde”. Je  mag overigens wel met de genade meewerken, door dan ook je eigen aandeel te leveren, als liefdesantwoord op gratis liefde.

En dan de pijnlijke herinnering aan eigen falen. Petrus heeft zijn vriend tot drie maal verloochend. Hij moet dit innerlijk herroepen, door tot drie maal toe zijn fundamentelere liefde voor de Eeuwige te verklaren en zo terug te keren op de weg-van-de-liefde en van de zorg voor het welzijn van de ander. Het feit, dat hij zijn vriend verloochende had alles te maken met zijn angst. Die angst was terecht, zei de verrezen Heer; maar laat angst je niet verlammen om het noodzakelijk goede te doen!

Oei! Die uitspraak zou ik ook wel boven mijn bed kunnen hangen. Merkt u het: dit verhaal gaat niet over een gebeurtenis:  ver weg van hier en in een ver verleden. Het gaat over mij en jou, hoe wij zelf de verrezen Heer kunnen ontmoeten, of wij Hem direct herkennen, of niet! Zo staat er in dit mooie verhaal weer veel meer, dan er staat. Maar zo is de Eeuwige toch altijd:  grootser dan wij kunnen weten, zeggen of schrijven.

Leo Raph. A. de Jong o.p.

********

WAAR WAS U, TOEN U ER NIET WAS?
“Toen was Ik er”.

Kan  het absolute Mysterie trouwens anders aanwezig zijn?

Over Godservaringen of het ontbreken er van

 

De Klaagmuur in Jerusalem: dit unieke monument op het “Graf van God” lijkt sterk op  “Stille Zaterdag”….. Deze  plaats is namelijk heilig, omdat ze verwijst naar wat er niet is. Ze maakt het mogelijk hier zowel de pijnlijke afwezigheid van de Aanwezige, alsook de troostende en geheimnisvolle aanwezigheid van de Afwezige te beleven”.

(TOMAS HALIK: “Raak de wonden aan”. Over niet zien en toch geloven.

Kokboekencentrum – Utrecht, 2018. Blz. 48.)

-------------------------             

Aanwezig in afwezigheid.
Logisch gezien lijkt dit onmogelijk, want sluiten beide elementen elkaar dan niet uit?
Maar de geliefde weet wel beter: juist in de afwezigheid van de vriend(in) kan hij/zij emotioneel  sterker aanwezig zijn, dan in de “gewone” aanwezigheid.
Liefde lijkt de vraag naar aanwezigheid of afwezigheid te overstijgen, zoals in dit Duitse gedicht:

“Sag'mir nicht: willkommen, wenn ich komme;
nicht: Leb' woll, mein Liebster, wenn ich geh'.
Denn ich komme niemals, wenn ich komme,
und gehe niemals, wenn ich geh'.”

 Onzin? Niet voor geliefden. Die zullen wellicht in herkenning glimlachen, als zij dit gedicht horen of lezen.

Afwezig in aanwezigheid. Reeds Augustinus wees er rond 400 na Chr. al op, dat:  “als je denkt God te begrijpen, het zeker NIET God is, die je begrijpt!” Dus juist de woordeloze stilte van het niet-weten; de ruime leegte, de lege ruimte, ook in mijn eigen geest; “The cloud of unknowing ”; is de plaats, waar de Mysterieuze Geliefde bij voorkeur aanwezig is.

Alleen daar? Maar waarom zou ik God deze beperking opleggen? Natuurlijk zijn er authentieke religieuze ervaringen, en die kunnen de ontvanger diep beïnvloeden.  Als God nergens anders kan zijn dan overal, kan elke boom, elke rivier, elke berg, elk mens, elk schilderij, elk muziekstuk, en zo voort, ineens “Transparant worden voor het Transcendente”: doorschijnend voor het Licht, dat er in brandt; doorschijnend voor de Eeuwige, die er de kern van is. “Esse est Deus”, schreef Meister Eckhart o.p.: het zijn zelf is God en God kan dus in alles wat is, opduiken, plotseling, onverwacht, soms overdonderend, soms in een zachte windvlaag.

God kan in mijn ervaren aan het licht treden in schoonheid, in goedheid, in liefde en barmhartigheid. En als ik op zo'n intense ervaring niet het etiket “God” wil plakken, dan is dat uiteraard ook goed. Sommigen zullen er God  in herkennen en erkennen, anderen zullen spreken over  “de geest van de muziek”, de “inspiratie van de kunstenaar”, of de “onverdiende liefde van de minnaar”. Weer anderen zullen er liever over zwijgen, en dat is misschien het beste.

“Er is vandaag weer veel meer dan er is”,schreef de dichter Richard Schuagt. Een gedicht, dat mij persoonlijk erg veel zegt. Zie hieronder.1)

Maar er was eens een jonge vrouw, die deel nam aan een van onze cursussen. Zij had heel krachtige Godservaringen meegemaakt en seinde nu uit, dat je op het terrein van de mystiek pas meetelde, als je deze religieuze ervaringen ontvangen had. Vanuit mijn kennis van Meister Eckhart o.p. en andere mystici protesteerde ik. Juist in dit soort mystieke ervaringen schuilt immers ook een gevaar van projectie en ego-centralisatie. Het ervaren van het niet-weten is veel veiliger, veel ruimer, want veel leger,  dus juist aan het ego voorbij. 2)

Overigens moet ik wel zeggen, dat verschillende studies over de mystiek deze ervaringen als voorwaarde stellen. Mystiek wordt hierdoor uitzonderlijk en zeer speciaal. Zo echter niet de Dominicaanse, Rijnlandse mystiek. Het gevaar is immers groot, dat je dan “Van God houdt, zoals je van een koe houdt. Want daar houd je van, omdat ze je melk en haar huid geeft”, zei Meister Eckhart o.p. eens wat cynisch in een preek. Juist die “liefde-zonder-waarom” is volgens Eckhart o.p. pas echte liefde, want onbaatzuchtig, gratis, onvoorwaardelijk, genade; dus de liefde, zoals God liefde is.

Zoals dezelfde Meister Eckhart eens laconiek in een preek zei: “Toen Paulus niets zag (op zijn weg naar Damascus), toen zag hij God”. En van Teresa van Avilla – die in haar jongere leeftijd grossierde in heftige religieuze ervaringen – werd verteld, dat zij op latere leeftijd de bewondering van een novice voor haar Godservaringen beantwoordde met: “Ben ik even blij, dat ik er vanaf ben!”

Leo Raph. A. de Jong o.p.
Leerhuis Spiritualiteit.
Voorschoten, no.16.

Noten.

1)
“Er is vandaag weer veel meer dan er is,
maar wat het is, ik kan het je niet zeggen,
er is geen uitleg voor, niets dan dit inzicht in een temeer,
een oeroud veel te veel.
Zie ik het niet, ik zie het als tekort.
En houdt het op, ik voel het als gemis.
Meer weet ik niet, meer kan ik je niet zeggen.
En die het weten, die vertrouw ik niet".

(Richard Schuagt)

2)
”Ik herken wat je zegt over mystieke ervaringen en het ego.
Maar wat volgens mij hiermee samenhangt, maar niet helemaal hetzelfde is:
- jouw opmerking destijds over slagroom: ' op slagroom alleen kun je niet leven.' dat de mystieke ervaring een adrenaline kick kan worden waar men (ik) weer naar streeft. Het najagen van de kick ipv het naar god zoeken, of je openstellen voor god.
- dat het ontzagwekkend maar ook huiveringwekkend kan zijn, ook als die ervaring prachtig en hemels was (omdat het verschil tussen die mystieke ervaring en het dagelijks leven zo schrijnend groot is)
- dat het voor sommigen (voor mij) een belangrijke duw in de rug was om god te willen leren kennen. Ik weet niet hoe/ of ik mijn zoektocht met zoveel gretigheid had vervolgd, als ik niet destijds een glimp had opgevangen. Misschien moest dat bij mij wel minder subtiel dan bij anderen, omdat ik immers met enorme oogkleppen op liep. (Zij was overtuigd atheïste.)
Anderen zijn fijnzinniger afgesteld op het universum. Die kunnen veel beter omgaan met die leegte/ abstractie?”

(Willemijn Dicke. Schrijfster van: “De Sjamaan en ik”. Zoektocht naar zingeving. Uitgeverij Prometheus, 2019.)

 

********

DAAR WAAR HET VERSTAND MOET STOPPEN,
BEGINT HET MYSTERIE.
“MIJN LIEVE VRAAG, IK GROET U”.

Het is een ervaring, die ieder mens kent: de werkelijkheid en ons concrete leven is als een geweldige oceaan van onzekerheid, waarin wij en klein stukje hebben ingedamd door ons begrijpen en handelen. Wij hadden geen keuze, wat onze ouders betreft, of we als man of als vrouw ter wereld komen, geen keuze op de tijd, de plaats en de cultuur, waarin wij werden geboren, op de mensen, die wij toevallig ontmoetten geen keuze of we in een situatie kwamen, dat we naar school konden gaan, of we een religie of het atheïsme  met de moedermelk binnen kregen, en nog ontelbaar veel meer gegevens, die onze levens toch fundamenteel zouden beïnvloeden. En het feit, dat wij ooit zullen sterven, is zeker, maar niet de tijd, de plaats, de omstandigheden, waarin dit levensbelangrijke gebeuren zal plaats vinden. Kortom: wij zijn als een vliegend visje, dat even opstijgt uit de grote oceaan, kort in het licht komt en dan weer verdwijnt in de mysterieuze diepte. Ik las dit gevoel eens in een kort gedichtje op de wanden van een bus in Nijmegen:

“Ik heb mijn bestaan te danken aan een liedje,

aan “Tea for two”. dat ooit een tophit was.

Het klonk vanuit een open raam, in augustus.

Mijn vader luisterde en miste zijn bus.

In de volgende zat mijn moeder”.

 

Deze fundamentele lege ruimte van mysterie in en onder mij en in en onder alles wat bestaat en leeft, is dat “Original Sin”: erfzonde, of “Original Blessing”: Gezegend vanaf den beginne? Of is het er gewoon, of en hoe ik het wens te benoemen of niet? Want ook deze twee ervaringen zijn ons bekend en dan zeggen we later: “Ik had de pech om tijdens de oorlogsjaren als Joods meisje geboren te worden”; of:  “ik was zo gelukkig om een paar wijze en lieve ouders te mogen hebben, die mijn altijd onvoorwaardelijk steunden”.

 

Dit oer-mysterie was de inzet van de twee vragen, die alle eeuwen door de filosofen bezig hielden:

‘”Waarom is er iets en niet veeleer niets?”

“Wie ben ik eigenlijk?”


Over dit enorme en onvatbare gebied van het mysterie mijmerde Meister Eckhart o.p. ( rond 1308) al  : “Esse est Deus”: “dit onbegrijpelijk geheel van al, wat bestaat, bestond en zal bestaan, is God”. ( Opus Tripartitum) 

Waar haalde hij het recht, de ervaring, het geloof, vandaan om  deze bewering op te schrijven, waardoor in één beweging alles en ieder geplaatst wordt in het licht van “fundamental blessing”: van heilig en  gezegend vanaf den beginne?

 

Ik vermoed, dat het te maken heeft met het feit, dat hij heel graag leefde – hij zei dit ook eens in een preek –  en zijn eigen bestaan dus ervoer als een gave, een genade. En dat hij – als goed leerling van Albertus de Grote – in verwondering keek naar alles om hem heen. Want verwondering en dankbaarheid maken alles tot een wonder.

Maar dat betekent, dat geloven in God een bepaalde interpretatie van de werkelijkheid is, en het niet geloven in God eveneens. Beide interpretaties kunnen argumenten geven voor hun keuze en het is onmogelijk om de ene of de andere interpretatie rationeel en wetenschappelijk onweerlegbaar te bewijzen of te verwerpen. Geloven houdt dus een soort van keuze in. Maar waar komt die keuze vandaan? Al heel lang wisten gelovigen, dat het geloven merkwaardige, onbewuste en ongewilde oorzaken had en niet alleen maar gestoeld was op een bewuste keuze. “Het geloof is een gave”, noemt men dit verschijnsel. En ik vermoed, dat opvoeding, milieu, ervaringen, ontmoetingen, daar een belangrijke rol bij spelen.

Wat voor een soort ervaringen? Wat kan mij ertoe brengen de zoektocht naar en in de oneindigheid in te zetten? Want geloven is in de eerste plaats een weg en niet een weten.

( Ik ben het mij bewust, dat er hier al een heel belangrijke keuze gemaakt wordt! Maar Augustinus zei al, dat als je denkt God te begrijpen, het zeker niet God is, die je begrijpt. Wat God past niet in de beperktheid van ons weten.)

Welke ervaringen brengen mij ertoe om op weg te gaan? Er zijn er vele, en iedere zoekende zal er zijn eigen ervaringen bij hebben. Het kan zijn, dat mijn leven, zoals het hier en nu is, mij te leeg en zinloos lijkt. “Is dit nou alles, wat er is?” Het kan een gevoel van vastgelopen en machteloosheid zijn, die mij de zekerheid geeft, dat ik mijn karretje moet keren.

Het kunnen ook ervaringen zijn , die mij overkomen, maar te groot zijn voor woorden: een overweldigend gevoel van eenheid met alles en iedereen; een ervaring van schoonheid, vergeving, liefde, die mij overweldigen en waarvan ik er meer van verlang, omdat ik aanvoel, dat dit precies mijn leven vervult.

De Nederlandse mystica Hadewych (ongev. 1200) sprak hier over “begherde”: een intens verlangen naar meer.

Het kunnen ervaringen zijn van het totaal niet meer weten, van niets meer zien, van alle greep verloren hebben, van vallen in een afgrond van leegte, van een donkere nacht (Johannes van het Kruis, rond 1550). Zoals de Dominicaan Meister Eckhart o.p. in een preek rond 1315 zei: “Toen Paulus (bij zijn val voor de poort van Damascus) niets meer zag, toen zag hij God”. En dan word ik geconfronteerd met de vraag, die ook in het zen-boeddhisme bekend is:

“Bij de grote twijfel, als alles onmogelijk is geworden, wat doe ik dan?”

Maar het kan ook simpelweg het opgroeien in een geloofscultuur zijn , die ik als met de paplepel ingegoten kreeg en waarin ik mij thuis voel en dus uit nieuwsgierigheid er meer van wil weten. En het kan de ervaring zijn, dat “dit alles mij niks meer zegt” – dat deze God voor mij dood is – en dat ik dus op zoek ga naar een God, die uit dit graf van de dood kan verrijzen. Deze variatie van ervaringen en ook de manier waarop ik nu ga zoeken, maakt iedere zoektocht uniek. Sommigen beginnen de weg vanuit stralende ervaringen, anderen vanuit een verlangen naar zin, naar recht, naar vrede, weer anderen vanuit de “Noche oscura', de duistere nacht, waarin niets en niemand nog zekerheid biedt. Want hoe veel wegen reiken naar de Oneindigheid? Oneindig veel.

 

En juist dat unieke zorgt ervoor, dat het geen onderwerp van “objectief onderzoek” kan worden. Het kan niet bewezen of wetenschappelijk verworpen worden. Het beantwoordt aan andere waarheidscriteria. Maar het kan even waar en waarachtig zijn, als het unieke leven van iemand waar en waarachtig is. Kan er dan niets zinnigs over worden gezegd? Wel degelijk, mits men bescheiden voor ogen houdt, dat het “Fides querens intellectum” is: een poging om iets zinnigs te zeggen over een weg, die nooit rationeel te bevatten is.

Jezus van Nazareth zei: “Ik ben de weg”. Het gaat

blijkbaar niet om het einddoel, maar om de weg: om het zoeken zelf.  De ervaren afwezigheid van God is Diens aanwezigheid. Zoals bij de klaagmuur in Jerusalem: het is symbool van de afwezigheid van de tempel, van het heilige. Maar juist daar worden de gebeden als kleine papiertjes tussen de stenen van de muur geduwd: gebeden, geplaatst in de aanwezigheid van de Onnoembare. Aanwezigheid in afwezigheid: de wijze waarop de Onvatbare Grootsheid toch te benaderen is, want leegte is ruimte; ruimte is leegte.

Zoals Johannes Tauler o.p. leerling van Meister Eckhart o.p., in een preek zei: “Dat maakt de zin waar, die in de psalm geschreven staat: “Abyssus abyssum invocat”: De leegte van het niet-weten nodigt de ruimte van de Onnoembare binnen.

( Preek: “hij stapte in het scheepje, dat van Simon was”. )

 

Leo Raph. A. de Jong o.p.
Leerhuis Spiritualiteit, no.18
Voorschoten, Mei 2019.

********

(De monnik Cyrille Vael o.s.b. uit Chevetogne, in zijn lezing bij het 25-jarig bestaan van het “Leerhuis Spiritualiteit”: 13 april 2019.)

Bij herhaling wierp Cyrille de vraag op: als we niet alleen letten op wat er gezégd wordt – in de Bijbel en in de liturgie – maar ook dat zoeken wat níet gezegd wordt?
Wat ligt er verscholen in wat niét gezegd wordt?
De stille ruimte tussen de regels?
In de Bijbel wordt over Maria niet zo veel gezegd.
Maria is voor een groot deel gehuld in stilte en anonimiteit en kan daarmee wel gezien worden als getuige van de verborgen God, de stille God.
Wanneer Maria spreekt, spreekt ze vanuit een niet-weten.
Juist daarom kon zij een goddelijk woord ontvangen.
Het innerlijk niet-weten gaat vooraf aan een innerlijk luisteren.

********

 

Vanochtend (dinsdagochtend 14 mei) bereikte ons het bericht dat gisteren, maandag 13 mei, onverwacht Pater Leo Raph. A. de Jong o.p. overleden is.
Pater Leo de Jong o.p. was geruime tijd pastor van onze parochie Sint Jan de Doper-Visitatie.
Na de fusie van de zes parochies in Schiedam, Vlaardingen en Maassluis is Pater Leo de Jong o.p. met de kerkelijke zending van de Bisschop van Rotterdam aan onze deelgemeenschap verbonden gebleven als pastor en Dominicaans inspirator.

Leo is overleden daags na zijn 87ste verjaardag.
Op zijn geliefde eiland Rhodos begeleidde hij voor de laatste keer een reis, in gezamenlijkheid georganiseerd door de Stichting Oecumenische Ontmoetingen en "zijn" Leerhuis Spiritualiteit. Tijdens het bezoek aan een kerk daar is hij plotseling onwel geworden en overleden.

Leo is om zo te zeggen "in het harnas gestorven". Dat na enkele drukke maanden waarin hij genoot van het jubileum van Stichting Leerhuis Spiritualiteit, van het interview wat Annemiek Schrijver met hem maakte in "De Verwondering", en zijn verschijnen als "Pater Tycho" in het boek "De sjamaan en ik" van Willemijn Dicke, een verhaal van een atheïste die haar weg naar de mystiek vond.

Het lichaam van Leo moet gerepatrieerd worden van het eiland Rhodos naar Nederland. Informatie over zijn afscheid en uitvaart volgen daarom nog. Zie daarvoor onder meer www.sintjan-visitatie.nl. 

Onze deelgemeenschap is bedroefd door het heengaan van Leo, maar dankbaar voor alles wat hij voor ons betekend en gedaan heeft.
Dat Leo thuis mag komen bij de Eeuwige, bij zijn Eeuwige.

Voor verdere informatie:
* gedachten rond zijn overlijden op de website van de 
Dominicanen Nederland
* de website van het 
Leerhuis Spiritualiteit,
de uitzending van het programma De Verwondering met daarin het interview met Leo de Jong

********

 

Agenda

********

                             

terug naar de openingspagina