Waarom bleef ik een gelovig mens en priester?

In de mijmering van Leo de Jong o.p. leken diverse zevens (kijk bij zevens elders op deze website) in zijn leven samen te komen op de dag van zijn 7 x 7 jarig priesterschap.

Naar aanleiding van deze mijmering stelden wij Leo de vraag: Waarom wilde je priester worden en ben je het nog steeds?

Hij veranderde de vraag in 'Waarom bleef ik een gelovig mens en priester?' en maakt ons deelgenoot van zijn 'grondervaring'.

"Ik ben de onuitsprekelijke stilte.
Ik ben het uitspreken van mijn Naam."
Nag Hammadi-teksten:
"Donder, volmaakt bewustzijn"

"De gitzwarte nacht gaf mij
twee diepzwarte ogen
om daarmee naar licht te zoeken."
Gu Cheng. China

"Het duistere schouwen zélf is de Weg."
Johannes van het Kruis


Het was tijdens een training in pastorale vaardigheden, ongeveer in het jaar 1972, dat mij een overdonderend gevoel overviel. Ik (dag)droomde 's morgens vroeg, dat ik in een diepe, glibberige put was terechtgekomen. Ik probeerde langs de wanden omhoog te klimmen om uit de put te komen, maar ik gleed steeds terug. Toen meende ik er beter aan te doen om dan maar verder de put in te zakken, naar beneden, in de hoop daar een bodem te vinden, vanwaar ik enige stevigheid zou hebben om mezelf te bevrijden. Die bodem was er niet! Ik zakte door de modder heen en kwam terecht in een duister, kolkend, kil niets.

Alle grond, waarop ik stond, alle zekerheden, die mijn leven schraagden, vielen onder mij weg. Zekerheden, zoals mijn geloof in mijzelf en in mijn functioneren als mens en als priester, het antwoord op de vraag, of ik wel een goed mens was, mijn katholieke geloofsovertuiging met zijn Bijbel, zijn dogma's en moraal en mijn keuze voor het lid blijven van de orde van de Dominicanen. Kortom: mijn geloof in alles, wat mijn leven schraagde, gleed weg. Ik tuimelde voor mijn gevoel in een oneindige, kolkende, glibberige duisternis. Het was een ontzaglijk schokkende ervaring en het heeft mij maanden gekost om weer wat "op de been" te komen.

En toen, een tijd later, hoorde ik tijdens een lezing van de zen-leraar Ton Lathouwers bovenstaande Nag Hammadi-tekst. Het is een citaat uit de litteratuur van de Gnosis, iets waarmee wij tijdens de studie van de theologie nooit echt kennis hadden gemaakt. (Met de litteratuur van de mystici trouwens ook niet !)

"Ik ben de onuitsprekelijke stilte"

Pas lang na de boven beschreven ervaring "zag" ik het bevrijdende van dat "Geen grond meer onder de voet hebben en niets meer zeker weten". Dogma's, kerkelijke wetten en structuren, heilige boeken, sacrale teksten en handelingen, het waren niet meer en niet minder dan "vingers, die naar de maan wijzen". Hopenlijk wijzen ze in de goede richting. De maan raken, laat staan haar bevatten, kunnen zij nooit. (Spreuk uit de litteratuur van het zen-boeddhisme) Ik las de woorden van Ruusbroec (ongeveer 1350):

"God is eeuwige ledigheid, duisternis,
niet te vatten in taal en beelden......
afgrondelijke diepte......
duistere stilte en een wilde woestijn".

Maar ook dat hadden zij mij in kerk en theologie nooit verteld.
(Arjan Broers: "Dwarsliggers in de Naam van God". Mystici van Hadewych tot Hillesum. Baarn, 2002, blz. 88.)

En nog weer later ontdekte ik, dat alle woorden over God eigenlijk waren als liefdespoëzie. De geliefde zegt van alles en nog wat tot de Geliefde om uit te drukken wat toch nooit in woorden te vangen is. Alle woorden over God zijn "relatief" en dit in twee betekenissen:
- Niet absoluut waar, dus nooit reikend over de afgrond-van-niet-weten, die ons van de Onnoembare scheidt.
- Maar wel relatief in de betekenis: een-relatie-aanduidend-en-vormend. Zo wordt de Geliefde: "Ik ben het uitspreken van Mijn Naam'.

Voor mij ging een poort open naar het land van de mystiek. Ik leerde iets aanvoelen van wat Meister Eckhart o.p. bezielde. Johannes van het Kruis kwam me niet meer zo onbekend voor. En ik kreeg langzamerhand het gevoel, dat ik vanuit de straat van het Katholicisme aangekomen was op een groots open plein. Alle grote godsdienstige bewegingen zijn als brede wegen, die uitkomen op ditzelfde grote plein. Vaak hoorde ik in de woorden van hun mystici, dat zij in eigen beelden probeerden te spreken over hetzelfde. Zoals een mysticus uit de traditie van de Islam het formuleerde: "Voor een ware gelovige maakt het niet meer uit, of hij/zij bidt in een kerk of een moskee, een tempel of een synagoge".

En weer later stootte ik "toevallig" op dat prachtige gebed van Gregorius van Nazianze (Ongev. 380 na Chr.)

"O, Gij, voorbij alle namen,
hoe anders U noemen, Onnoembare, Gij.
Hoe kunnen woorden U loven,
Gij door geen woorden te noemen?
Hoe zullen gedachten U bereiken,
Gij, door geen denken te begrijpen?

Gij, enige, onuitsprekelijke, en elk woord komt van U.
Gij, enige, onkenbare, en alle kennis komt van U.
Al wie spreekt, al wie verstomt, verheerlijke Uw Naam.
Al wat denkt, al wat niet denken kan, verkondige uw lof.

Verwachting overal en stil verlangen,
alles reikhalst naar U, alles bidt tot U.
Terwijl al wie Uw innerlijk geheim bevroedt
een lied vol stilte zingt.

Voor U alleen blijft het al bestaan.
Naar U hunkeren alle dingen,
Gij, aller doel en eindmeet, Gij alleen............."

(Patrologia Graeca. S. Gregorii theol. Carminum, liber 1, theologica, blz. 507-508.)


In een nogal "hardhandige" meditatie-training, 1993, in Oakland - California, waarbij de leraar ons urenlang geforceerd liet ademen, kwam de eerstgenoemde ervaring terug. Weer "bevond" ik me in een oneindige, donkere, lege ruimte. Mijn eerste gedachte was: "Nou, ik ben de afgelopen 20 jaar ook niet veel opgeschoten op mijn spirituele weg!" Maar toen bemerkte ik het verschil: de donkere ruimte was heel stil en heel rustig, als van fluweel. En ik voelde me als zwevend in die donkere ruimte, alsof ik gedragen werd. En ik meende enigszins aan te voelen, wat Johannes van het Kruis eens schreef:

"Muziek van pure stilte"

P.S. Tijdens een vaKantie in Griekenland zag ik een nest jonge zwaluwen uitkomen. De kleine diertjes zaten op een electriciteitsdraad bij het nest en klemden zich stevig vast, terwijl de volwassen zwaluwen rond die draad vlogen en kapriolen uithaalden om te laten zien, dat de lucht je echt dragen kan! Maar je zag de kleintjes denken: "Ze kunnen me nog meer vertellen! Wie heeft ooit bewezen, dat ik niet op de grond smak, als ik deze draad loslaat?! En dat terrein daar beneden is het domein van de kat! Loslaten: mij niet gezien!" Het werd een aanschouwelijke les voor mij:

Je leert nooit vliegen,
als je de draad van de zekerheden
niet loslaat.


Zo werden ook jonge zwaluwen mijn meester.



(lees ook "Het evangelie van de drie jonge zwaluwen" elders op deze website)

terug naar "bezinning"