GRONDERVARING.

Het was tijdens een trainingsweek in pastorale vaardigheden, ik geloof in 1974. In de dagelijkse sessies was mij opgevallen, hoe goed en invoelend, maar tegelijkertijd ook uitdagend, de interventies van verschillende vrouwen in onze groep waren. ik voelde mij "minder vaardig". De volgende morgen om een uur of zes gebeurde het.

Ik weet niet, of ik het een droom moet noemen of een fantasie-trip, die zijn eigen weg zocht. Ik was me bewust van de "film", die zich voor mij - in mij - ontrolde en waarin ik zelf de hoofdrolspeler was. Alsof ik tegelijkertijd toeschouwer en speler was.

Ik voelde mij en "zag" mezelf als in een diepe, modderige, kille put. De wanden waren zo glad, dat het mij niet gelukte om uit de put te klimmen. Integendeel, ik zakte langzaam dieper weg. Toen besloot ik - er was geen andere mogelijkheid - om mij dan maar in de put te laten zakken. ik hoopte, dat ik zo ooit een vaste bodem zou bereiken, die mij houvast zou geven om uit de put te komen.

Die vaste bodem bleek er niet te zijn! Ik zakte steeds dieper in de modder weg, totdat ineens de bodem van de put zich naar beneden opende. Ik viel in een duistere, afschuwelijke, eindeloze leegte. Ik was alle houvast, alle grond, alle zekerheid kwijt.

Monica was de eerste, aan wie ik hulp vroeg. Ik zat op de rand van haar bed. Maar ik was zo ontzet, zo radeloos, dat ik geen woorden kon vinden om wat mij overkomen was te vertellen. ik huilde alleen maar en stotterde losse zinnen. Monica "kon er niet bij", omdat ik er zelf niet bij kon. Ik kon niet bevatten en niet verwoorden, wat mij overkomen was. Ik was emotioneel ontredderd.

Tijdens de groepssessie, die een paar uur later volgde, probeerde ook de groep mij te helpen, maar ik kon niets samenhangends uitbrengen, alleen gesnik en flarden van zinnen. Ik weet nog goed, dat de groepsbegeleider ineens opstond, naar het open raam liep, zijn pijp uitklopte en zei: "Dit is zonde van de groepstijd. laten we maar wat anders gaan doen". natuurlijk had hij groot gelijk, maar ik voelde me uiteraard ontzaglijk afgewezen en eenzaam. Een Nederlandse uitdrukking omschrijft die ervaring: "Ik was nergens meer!"

Niets, nergens, leegte, zinloos, kille kolkende duisternis, alle grond onder de voeten weg, geen zekerheid meer, de greep op mijn leven en werken kwijt. Deze omschrijvingen tekenen een beetje de duistere, glibberige, kille, eindeloze leegte, waarin ik was terechtgekomen. Al snel kwam bij mij de uitdrukking naar boven: "Het is als een duistere verlichting: de betekenis is duidelijk, maar tegelijkertijd wanhopig".

Het gevoel van nietswaardigheid maakte mij erg onzeker. Datgene, wat in de jaren ervoor al duidelijk aanwezig was: het gevoel van schuld en tekort schieten, van minderwaardigheid en zonde, overspoelde mij nu. Ik zonk er in weg als in een eindeloze, duistere leegte.

In de dagen en weken erna probeerde ik mijn leven en mijn werkzaamheden weer op te pakken; ik moest wel! Keer op keer brak die wanhopige leegte weer door. Zo moest ik een week later tijdens een plechtige Eucharistieviering de feestpreek houden. Ik had na afloop het gevoel, dat het een totale mislukking was geweest. ik wist niet eens meer, wat ik allemaal had gezegd. Toen ik dat aan Monica, die erbij was, zei, reageerde zij: " Er stonden drie houten Klazen aan het altaar en EEN echt mens. En dat was jij!"

Al spoedig begon ik me af te vragen, of deze ervaring de "Donkere nacht", was, waarover in de spirituele literatuur werd gesproken. ik was mij er overigens ook van bewust, dat ik de ervaring hiermee trachtte te rationaliseren en wellicht toch weer belangrijk te maken. Ik probeerde natuurlijk via mijn verstand een greep op de gebeurtenis te krijgen. Het zij zo, want zo ben ik.

Langzamerhand bemerkte ik, dat die ervaring ook een bevrijdende kant had. Want als alles bij mij toch niks was, behoefde ik mij niet zo druk meer te maken over falen en schuld, over geloofstwijfels en zondigheid, over de vraag, of ik al dan niet een goed kloosterling was. Het niets-onder-alles bevrijdde mij enigszins van alle "zware vragen", die anderen of mijn eigen geweten mij stelden.

De vragen en twijfels verdwenen niet, maar werden iets minder zwaarwegend. Ik behoefde niet zo verschrikkelijk mijn best te doen om beter te zijn dan ik was. De LEEGTE betekende voor mij ook RUIMTE, zelfs op de duur BEVRIJDING.

Zo werd deze ervaring en de uitwerking ervan voor mij een sleutel om iets van de mystiek te vatten. In lezingen, cursussen, boekjes zou ik dat later uitwerken. LEEGTE IS RUIMTE. NIETS MEER WETEN IS GODSKENNIS.(Ik kwam hiermee op het spoor van Eckhart o.p.)
Mijn christelijke achtergrond zal zich thuis gaan voelen bij een spreuk, die ik de eerste keer in een lezing van Ton Lathouwers hoorde. Het zijn woorden uit de literatuur van de Gnosis:

IK BEN DE ONUITSPREKELIJKE STILTE.(associatie met LEEGTE)
IK BEN HET UITSPREKEN VAN MIJN NAAM.(Associatie met RUIMTE).

Voor mij werd de LEEGTE de RUIMTE, waarin De Onnoembare genoemd kan worden. Als ik tegen deze fundamentele leegte "JIJ" zeg, wordt die leegte voor mij de ruimte van Gods aanwezigheid. Ik las het in de woorden van Eckhart: "Ik bid God iedere dag mij van God te verlossen". En: "God wordt God. Als de schepselen God zeggen, wordt God".

Ik ben graag in de stille, lege ruimte van oude kathedralen,met daarin, waardevol maar voorbijgaand, dus relatief, de woorden, symbolen en liederen van verkondiging, gebed en viering. De lege ruimte zelf is voor mij het meest sprekende symbool van de Onnoembare. Ik ontdekte, dat de Joodse spiritualiteit deze lege ruimte kent en een naam geeft: de "Sjekinah".

Ik leerde God ook zien als een diepe, onderaardse rivier. Overal sloegen en slaan mensen putten om het water te bereiken. De verschillende godsdiensten zijn die putten. Je kunt hevige discussies voeren over de vraag, of dit materiaal,(dogma's, liturgie, geloofsbelijdenissen, enz.) waarvan de put vervaardigd is, beter of slechter is dan dat van een andere put.

Maar de enige werkelijk belangrijke vraag is: "Bereiken mensen via deze of gene put het water?" Alle dogma's, geloofsbelijdenissen, liturgische vormen, enz. zijn "relatief". Zij ontlenen hun waarde aan hun relatie tot de vraag, of zij de mensen helpen om het diepe, ondergrondse water te bereiken.

Hoe dichter mensen dit water benaderen, hoe meer hun beschouwingen op elkaar gaan lijken. ik vond allerlei overeenkomsten bij mystici uit zeer verschillende godsdiensten.
Vandaar dat ik geboeid raakte door de lessen en boeken van Neil Douglas-Klotz over "Deep Oecumenism" in de mystiek.

De grondervaring kwam later nog eens terug. Het was in Oakland - California - tijdens de cursus: "Creation centered spirituality"(1993). Bij een - nogal geforceerde - manier om via de ademhaling - hyperventilatie - diepere lagen van het bewustzijn te openen bevond ik mij ineens weer in die ontzaglijke, donkere, lege ruimte. mijn eerste reactie was: "Ik ben in de afgelopen twintig jaar ook niet veel opgeschoten!"

Maar toen bemerkte ik het grote verschil. De ruimte was nog steeds heel donker, maar nu stil, rustig en warm. Ik zweefde als een vogel in die grote, donkere ruimte. Alles was stil en vredig. Ook al zag ik niks, ik werd gedragen en het was goed zo!


Leon. Raph. de Jong o.p.
6 Maart 2007.

terug naar "bezinning"